Keus voor 'open' binnen gemeente Vlaardingen hangt af van omstandigheden


01-02-2011


Met ruim 70.000 inwoners kan Vlaardingen gezien worden als een redelijk gemiddelde Nederlandse gemeente, vergelijkbaar met steden als Gouda, Lelystad, Almelo of Alphen aan den Rijn. Net als de rest van de gemeenten in Nederland heeft ook Vlaardingen zich in de afgelopen jaren sterk gericht op de elektronische dienstverlening. Daarbij is af en toe ook de keus gemaakt voor open source software. “Toch is het voor Vlaardingen geen exacte voorwaarde dat het open source móet zijn. Leidend is dat de toepassing goed werkt.”

Aan de Nieuwe Maas in het Rijnmondgebied ligt Vlaardingen, een gemeente die vooral bekend staat als dé haringstad van Nederland. In een pand aan de Hoflaan, een van de locaties die in gebruik is bij de Zuid-Hollandse gemeente, zijn Paul Turion en Jeroen van der Vlies gestationeerd. Zij zijn respectievelijk afdelingshoofd Beheer & Informatie en Informatiemanager. Voor beiden is het gebruik van open source software al een flink aantal jaren gemeengoed (“Ik denk dat we zo rond 2001/2002 hier de eerste Linux-servers hadden draaien”).

Circa vier jaar geleden speelde, eigenlijk voor het eerst binnen de gemeente, open source software ook een echt serieuze rol bij de aanschaf en uitrol van bedrijfskritische toepassingen. “Toentertijd zaten we in het beginstadium van het aanbieden van dienstverlening als Midoffice-concept”, zo schetst Turion. “We hebben destijds uitgebreid gekeken welke mogelijkheden er waren om daar een applicatie voor aan te schaffen. Dat viel tegen. Omdat de markt rondom Midoffices nog relatief nieuw was, bleek er nog niet echt een geschikte applicatie beschikbaar. Door middel van een Request for Information (RFI) hebben we een aantal bedrijven benaderd en gevraagd om hun visie neer te leggen over wat het beste zou kunnen worden ontwikkeld, en de tools waarmee dat gedaan zou kunnen worden. Een van de partijen die met advies kwam, was Exxellence Group uit Hengelo (OV), een relatief jong bedrijf met een erg duidelijke visie over het gebruik van open source software. Hun visie sprak ons erg aan. Zodoende zijn wij, wat betreft de Midoffice, bij hen ingestapt.”

Open standaarden
In het gesprek laten Turion en Van der Vlies verschillende keren weten dat voor de gemeente Vlaardingen een keus voor open source software geen móeten is. “Voor ons is het geen exacte voorwaarde dat het open source software moet zijn. Leidend is dat de toepassing goed werkt. Waarbij gezegd moet worden dat we wel altijd kijken of er een open source alternatief voorhanden is”, zo laat Jeroen van der Vlies weten.

Is een keus voor open source software binnen de gemeente Vlaardingen niet standaard gegarandeerd, anders is dat als het gaat om open standaarden. “Daarbij wel de aantekening dat wij het liefst kijken naar internationaal geaccepteerde open standaarden, zoals XML“, aldus Turion. “Natuurlijk, er zijn nationaal georiënteerde standaarden, zoals StUF (Standaard Uitwisselings Formaat) of de NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur), standaarden die wij niet kunnen negeren en waar we dagelijks mee te maken hebben. Maar we kunnen niet ontkennen dat de invoering van bijvoorbeeld StUF een erg moeizaam verhaal is. Al jaren hoor ik dat het eindelijk gaat gebeuren met de StUF-koppeling, maar de praktijk is dat het niet echt opschiet. Waar het misgaat? In mijn optiek heeft dat vooral te maken met het bestaande duopolie in overheidsland. Er zijn een paar leveranciers die de dienst uitmaken, en die hebben niet echt belang om dit soort standaarden te ondersteunen. Ze roepen wel dat ze StUF volgen, maar ze doen dat op een zodanige manier dat met name hun eigen producten worden ontsloten. En niet die van de concurrent. Dan kan je vanuit de overheid dat proberen af te dwingen, want wij zijn toch de betalende partij, maar de ervaring leert dat we daarmee niet echt verder komen. Volgens mij moet je de duopolie-partijen dan ook onder druk zetten, bijvoorbeeld door andere spelers te bevoordelen.”

Samenwerking
Om een ‘vuist te maken’ en meer neer te zetten, wordt in veel gevallen gekozen om te gaan samenwerken met gelijkgestemde partijen. Ook Vlaardingen heeft daar inmiddels de nodige ervaring in. Paul Turion daarover: “Een aantal jaar geleden hebben we een samenwerkingsverband ingericht met vijf gemeentes, de zogenoemde VELDA-groep (Vlaardingen, Ede, Leidschendam-Voorburg, Delft en Alphen aan den Rijn). Achter die samenwerking zat een vrij heldere gedachte, bedacht door Inge van de Water van de gemeente Delft. Haar gedachte was als volgt: neem vijf gemeentes van ongeveer dezelfde grootte. Die hebben waarschijnlijk dezelfde soort problematiek, en zitten in dezelfde tredmolen om dingen op te lossen. Als je nou met vijf gemeentes samenwerkt, dan heb je altijd drie of vier die op hetzelfde momentum zitten rondom bijvoorbeeld subsidies, dienstverlening of uitkeringen. Als je die gemeentes laat samenwerken, kun je veel meer macht creëren en ook meer personeel en energie vrijmaken. Zo heeft de gemeente Delft een klantcontactsysteem laten ontwikkelen, dat wij in Vlaardingen nu bezig zijn om te implementeren. Daarvoor gebruiken wij de cursusboeken van Delft. En zo hebben we met alle vijf gemeentes actief meegewerkt aan de ontwikkeling van de NORA.”

Ondanks de successen is in maart van dit jaar een punt gezet achter de VELDA-groep. “Na een aantal jaar is het wel weer eens goed om te kijken naar de toegevoegde waarde van een dergelijk samenwerkingsverband, en dat heeft erin geresulteerd dat we de activiteiten van de groep hebben stilgezet. Op initiatief van onze Midoffice-leverancier heeft er daarna een doorstart plaatsgevonden, waarbij onder meer een gebruikersvereniging is opgericht. Inmiddels heeft een behoorlijk aantal gemeentes zich daarbij aangesloten.”

NUP
Bij een groot aantal onderwerpen dat de revue passeert, zoals de ontwikkeling van StUF of de uitvoering van het NUP (Nationaal Uitvoeringsprogramma betere dienstverlening en e-overheid), bemerkt Paul Turion vooral een gebrek aan duidelijkheid. “Vooropgesteld: ik vind het belangrijk dat er zoiets is als het NUP. Het NUP heeft er wel voor gezorgd dat bij bestuurlijk Nederland er het gevoel heerst dat zij iets moeten. Dat was er voorheen ook wel, maar dan was het meer van: dat komt wel een keer. Nu zie je dat ook op bestuurlijk niveau, ondanks de bezuinigingsdrift bij alle gemeentes, digitale dienstverlening een prioriteit blijft. Er zijn gemeentes die zeggen: we gaan twintig procent terug in personeel, maar we blijven wel twee tot drie ton uitgeven aan (digitale) dienstverlening. Dat hebben we wel bereikt, met name door het NUP.”

Turion blijft de invulling van het NUP als ‘lastig’ ervaren. “Het is een soort opsomming van erg veel onderwerpen met erg veel partijen waarbij je je constant afvraagt wie wat doet, en wie op wie wacht. Er moet meer duidelijk gemaakt worden wat nou echt prioriteit heeft. Wat mij betreft is de enige standaard waar de overheid zich druk over zou moeten maken, het Stelsel van Basisregistraties en het gebruik daarvan. Stel dat van bovenaf goed vast, en spreek af wat je precies bedoelt. Moet je eens zien wat voor enorme winst daarmee te behalen is, bijvoorbeeld op het gebied van efficiency. Nu heeft iedere gemeente vaak nog zijn eigen werkwijze. Eigenlijk is het toch te gek voor woorden? We hebben hier circa 16 miljoen mensen rondlopen, en het moet toch mogelijk zijn om daar een keer een efficiënte administratie over te voeren? Zet daar gewoon één keer een goede administratie voor op, financier dat netjes en je zult zien dat het zich in de lagen daaronder tienvoudig keer terug zal verdienen. Daar zou ik graag naartoe willen werken.”

Computercentra
Paul Turion heeft redelijk helder voor ogen waar het de komende jaren, op het gebied van ICT, in gemeenteland naartoe zou moeten. Daarin is, wat hem betreft, zeer zeker ook een rol weggelegd voor open source software en open standaarden. Turion denkt dat vooralsnog de grote kernapplicaties (zoals GBA, Belastingen, Sociale Zaken) gesloten (software) zullen blijven. “Wat je wel zult gaan zien is dat die applicaties meer naar de achtergrond zullen verdwijnen. Er zal steeds meer toegewerkt worden naar één nieuw centraal (open source) systeem, waarbij je de informatie uit alle onderliggende systemen op een zodanige manier samenvoegt dat je er handig gebruik van kunt maken. Dat geldt dan ook voor burgers en bedrijven. De stap erna zal zijn dat gemeentes gaan werken met (open source) building blocks. Bedrijven of organisaties kunnen dan, mogelijk tegen betaling, gebruikmaken van dergelijks modules. Ik verwacht echt dat het die kant opgaat”, aldus Paul Turion, die het liefst zou zien dat in overheidsland in één keer een paar echt grote slagen gemaakt zouden worden. Volgens hem zouden twee computercentra (“à la ABN of ING”) daarvan aan de basis moeten staan. “Iedereen in gemeenteland kent de oplossing voor dit soort problemen al jaren. Richt een paar computercentra in, zet die in bijvoorbeeld Vlissingen en Leeuwarden, laat er 300 man in werken en zet daar de hele administratie van Nederland in. Laat dat in open source bouwen, op basis van een webapplicatie, en zet er wetgeving op die iedere overheidsorganisatie verplicht om dat bij te houden. Klaar! Het gebeurt niet omdat er een algemene lijn is gekozen waarbij is gezegd: alles decentraal, tenzij. In dit geval zou dat moeten zijn: tenzij het erg efficiënt en zinvol is om het nationaal te doen.”

Ook wat betreft KING (Kwaliteitsinstituut Nederlandse gemeenten) verwacht Turion de komende jaren het nodige. Met name van het ‘fundamentmodel’, waarbij specifiek wordt gekeken naar het anders organiseren van informatiestromen binnen gemeentes. “Tot nu toe werd gedacht dat het wel goed kwam als we het systeem maar regelden. Gebleken is dat een systeem ook een organisatie nodig heeft en een proces dat het geheel organiseert. Dat model zijn ze bij KING nu aardig aan het bedenken, en dat geeft veel kansen.”

De gemeente Vlaardingen gebruikt onder meer open source software voor:

  • Klantcontactsysteem;
  • Midoffice Exxellence;
  • Alfresco Share;
  • Verschillende Linux-systemen;
  • Apache Tomcat.

 

Bron: NOiV